Vertrekpunt Over ons Blog Onze tips Contact Kookboek
Reizen & tips

Waarom Le Marche het beste geheim van Italië is

3 juli 2026 6 min lezen Door Geert
Terug naar alle verhalen

Vertel een Nederlander dat je naar Italië gaat en hij denkt aan het Gardameer of Toscane. Aan cipressen langs een kronkelweg, een glas Chianti op een terras en dorpjes die eruitzien alsof ze uit een film komen. Dat beeld klopt. Maar het is niet het hele verhaal.

Er is een regio in Italië die precies hetzelfde heeft als Toscane, maar dan zonder de drukte, zonder de opgeblazen prijzen en zonder het gevoel dat je in een openluchtmuseum loopt waar iedereen dezelfde foto maakt. Die regio heet Le Marche. En bijna niemand kent haar.

Toscane met de volumeknop op stil

Le Marche ligt aan de oostkant van het land, ingeklemd tussen de Apennijnen en de Adriatische Zee. Het landschap is verrassend vergelijkbaar met Toscane: glooiende heuvels met zonnebloemen en graan, middeleeuwse dorpjes op bergtoppen, wijngaarden die tot aan de horizon reiken. Maar waar je in Toscane in juli in een file staat om een parkeerplaats te vinden bij een bekend uitzichtpunt, rij je hier door een dal en deel je het uitzicht hooguit met een boer die zijn land bewerkt en naar jou zijn hand opsteekt.

Dat is geen overdrijving. De Italianen zelf noemen Le Marche weleens de regio die vergeten is door het toerisme. Niet omdat er niets te beleven valt, maar omdat de buurvrouw aan de westkant alle aandacht naar zich toe trekt. Dat is precies wat Le Marche zo bijzonder maakt. Alles wat Toscane biedt, is hier ook. Maar het is er stiller, goedkoper en eerlijker.

De kust die je niet verwacht

Wat Le Marche heeft en Toscane niet: meer dan 170 kilometer aan kustlijn langs de Adriatische Zee. En niet zomaar kust. Van brede zandstranden bij Senigallia en Porto San Giorgio tot de dramatische witte rotskusten bij de Riviera del Conero, waar het water zo helder is dat je de bodem ziet op drie meter diepte.

De witte rotskust van Le Marche aan de Adriatische Zee

Wij wonen dit seizoen op een steenworp afstand van het strand, in Cupra Marittima. Elke ochtend horen we de zee. Elke avond zien we de zon achter de heuvels verdwijnen terwijl de lucht boven zee langzaam van kleur verandert. Het is het soort kust waar je naartoe gaat met een boek en een handdoek, waar het boek vervolgens de hele middag dicht blijft, en waar je pas weggaat als de zon je dwingt. Op het strand lig je voornamelijk tussen de Italianen, en die zorgen altijd weer voor een bijzonder schouwspel.

"Le Marche heeft alles wat Toscane biedt, plus 170 kilometer kust die bijna niemand kent."

Eten dat je niet vergeet

De keuken van Le Marche is misschien wel de meest onderschatte van heel Italië. Elke stad heeft een eigen gerecht dat nergens anders zo smaakt. In Ascoli Piceno eet je olive all'ascolana, de gevulde en gefrituurde olijven die wij inmiddels als de Italiaanse bitterbal beschouwen. Langs de kust draait alles om verse vis: brodetto, een rijke vissoep waar elke kustplaats een eigen versie van heeft. En in de heuvels vind je truffel, wild zwijn en vincisgrassi, de lasagne van Le Marche, die hier nog met de deegroller van oma gemaakt wordt.

Maar wat ons echt om kreeg, zijn de producten. Neem ciauscolo, een zachte salami die je op brood smeert alsof het paté is. Wij waren sceptisch. Ongeveer één boterham lang. Buiten de regio vind je hem bijna nergens, hier ligt hij bij elke slager. Of de maccheroncini di Campofilone, eierpasta zo dun dat ze in een paar seconden gaar is. Niet even weglopen bij de pan dus. Ze wordt al eeuwen gemaakt in een dorpje boven de kust, een kwartiertje rijden van waar wij zitten. De olijfolie uit de heuvels is groen en peperig, en op de weekmarkt proef je hem gewoon van een stukje brood voordat je een fles koopt. Boeren verkopen er hun groenten, kazen en vleeswaren alsof tijd geen rol speelt, want dat doet het hier ook niet.

Wijn die je thuis niet vindt

In elk wijnboek gaat het over Toscane, maar wie hier een keer bij een cantina heeft geproefd, kijkt daarna anders zulke boeken. De Verdicchio, de droge witte wijn uit de heuvels rond Jesi en Matelica, geldt onder kenners al jaren als een van de beste witte wijnen van Italië. Fris, strak, met een bittertje van amandel in de afdronk. Perfect bij de vis die hier elke ochtend vers wordt aangevoerd, en je betaalt er een fractie van wat een vergelijkbare Toscaanse fles kost.

En dan de Pecorino. Geen kaas, maar een druif die toevallig net zo heet als de kaas, want Italianen houden van traditie, niet per se van duidelijkheid. Ik trapte er zelf ook al eens in. Het is een ras dat bijna was uitgestorven en door een handjevol koppige wijnboeren rond Offida is teruggehaald. Vol, kruidig, met karakter. Het is de trots van het zuiden van Le Marche en ons vaste glas bij het avondeten geworden. Wil je rood, dan is er Rosso Piceno, een soepele blend van Montepulciano en Sangiovese die hier op tafel komt zoals bij ons de melk vroeger: gewoon, elke dag, bij lunch en diner.

"Pecorino is hier geen kaas, maar een druif. En wat voor een."

Het mooiste is hoe je die wijnen ontdekt. Niet in een wijnwinkel, maar bij de cantina zelf. Bijna elke heuvel heeft er een waar je gewoon kunt aankloppen om te proeven. Geen afspraak, geen proeverij van veertig euro per persoon. Een glas, een verhaal van de maker, en een kofferbak die voller naar huis gaat dan gepland. De meeste Italianen kopen geen flessen. Ze komen bij de cantina met een lege jerrycan en laten deze vullen zoals wij onze auto's vullen, rechtstreeks uit de wijntank. En ook nog eens een literprijs vergelijkbaar met benzine.

Cultuur zonder wachtrij

Le Marche is de geboorteplaats van Rafaël (de schilder, niet de schildpad, hoewel hij er wel naar vernoemd is), heeft een van de mooiste pleinen van Italië (Ascoli Piceno), herbergt een van de grootste grottenstelsels van Europa (de Grotte di Frasassi) en bezit meer dan duizend jaar aan middeleeuwse architectuur, verspreid over tientallen heuveldorpjes. In Toscane zou elk van deze bezienswaardigheden een toeristische attractie zijn met parkeerkosten, een audioguide en een rij van veertig minuten. Hier loop je naar binnen, soms als enige bezoeker, en vraag je je af waarom niemand dit weet.

Fermo is daar een goed voorbeeld van. Een klein stadje boven de zee met een Romeins waterreservoir onder de grond, een kathedraal met panoramisch uitzicht en een piazza waar lokale bewoners 's avonds samenkomen. Geen toeristenmenu, geen straten gevuld met souvenirwinkels, geen haast. Gewoon een Italiaans stadje dat leeft zoals het al eeuwen leeft.

Piazza del Popolo in Ascoli Piceno

Bereikbaar, betaalbaar, onvergetelijk

Le Marche is makkelijker te bereiken dan je denkt. De luchthaven van Ancona en Pescara (in de naastgelegen regio Abruzzo) wordt aangevlogen vanuit meerdere Europese steden. Met de auto is het via de Brennerpas en de A14 langs de Adriatische kust goed te doen. De reis is op zichzelf al een ervaring. De prijzen liggen fors lager dan in Toscane of aan de Amalfikust: een driegangendiner met wijn betaal je hier voor de prijs van een hoofdgerecht in Florence.

Maar het gaat niet om het geld. Het gaat om het gevoel. Le Marche geeft je het Italië dat je in je hoofd had voordat je er ooit was geweest. Dat Italië van langzame middagen, van eten waar liefde in zit, van mensen die je uitnodigen alsof ze je al jaren kennen. Dat Italië bestaat nog steeds. Je moet alleen weten waar je moet zoeken.

Wij hebben het gevonden. Dit seizoen zijn we er. En als je het zelf wilt ervaren, ben je van harte welkom.

Bekijk Villa Alwin Beach Resort